Het kan wellicht vreemd voelen dat er in deze website zo uitgebreid aandacht besteed wordt aan wat in eerste instantie een vrij theoretische beschouwing lijkt te zijn over ziekte en gezondheid. Het is een bewuste keuze geweest om dit zo te doen, omdat het hier gaat om de fundamenten van Savita, namelijk het vorm geven van een nieuwe visie op ziekte en gezondheid. En omdat gezondheid zo sterk gerelateerd is aan de vormgeving van ons hele leven, gaat het bij Savita tezelfdertijd eigenlijk om veel meer, namelijk het neerzetten van een andere visie op het leven.

In de vijf volgende uitgangspunten wordt altijd eerst het uitgangspunt zelf omschreven, onmiddellijk gevolgd door de gevolgtrekkingen, dit is wat dit uitgangspunt of principe tot gevolg heeft voor het werken aan de gezondheid in de praktijk.

Als we ons deze gevolgtrekkingen heel concreet gaan voorstellen en gaan toepassen op onze eigen situatie, dan zien we hoe ieder van deze gevolgtrekkingen op zich al leidt tot een heel andere geneeskunde dan de nu gangbare.

Laat ons maar bij wijze van voorbeeld even invoelen wat alleen maar de praktische consequenties zijn van de eerst beschreven gevolgtrekking van “dat we niet een ziekte benaderen, maar steeds de mens die ziek is”. Als we alleen al maar dit ene principe in de praktijk zouden brengen, dan al kregen we een totaal andere geneeskunde. En dat geldt eigenlijk ook voor alle andere gevolgtrekkingen.

Door het volgende stuk in dit perspectief te lezen, wordt de hele gezondheidszorg op zijn kop gezet, wordt gezondheid weer teruggebracht naar onze hele levensinvulling, wordt gezondheid iets wat het fysieke functioneren overstijgt en wordt gezondheid een leidraad voor het leven.

Een holistische mensvisie
Dit betekent dat we uitgaan van volgende stellingen.

  1. Dat ieder mens een unieke en ondeelbare eenheid is van verschillende dimensies, wezensdelen of zijns-niveau’s. De voornaamste zijn: het stoffelijk-lichamelijke niveau, het mentale niveau, het emotionele niveau en het spiritueel-religieuze niveau (lijf, hoofd, hart en ziel).
  2. Dat ieder mens bovendien als eenheid functioneert binnen en met de hem omringende wereld, zowel de fysieke als de niet-fysieke wereld.
  3. Dat daardoor een ziekte nooit een ziekte is van één bepaald orgaan, één bepaalde functie of één bepaald wezensdeel, maar altijd verwijst naar de totale mens en zijn totale levenssituatie.

Voor onze therapeutische benadering houdt dit het volgende in.

  1. Dat we niet een ziekte benaderen, maar steeds de mens, die ziek is.
  2. Dat we de mens, welk ziektebeeld hij ook vertoont, steeds proberen te benaderen in de totaliteit van zijn vier zijns-niveau’s. De ziektesymptomen bepalen nooit de therapie, maar geven alleen een indicatie voor het niveau, waarop men vermoedelijk het gemakkelijkst toegang krijgt tot de ziekte. De symptomen vormen als het ware de deur voor de therapie. In zijn algemeenheid is het zo dat men een ziekte het best en het gemakkelijkst kan benaderen via dat niveau, waarop zich de duidelijkste symptomen manifesteren. Omdat we in Savita uitdrukkelijk uitgaan van mensen met fysieke klachten, zullen wij in het algemeen het fysieke niveau als belangrijkste therapie-ingang gebruiken.
  3. Dat we, voor zover mogelijk en wenselijk, de dagelijkse levenssituatie van de patiënt in de therapeutische benadering meenemen.
  4. Dat er geen echte standaardtherapieën bestaan. Iedere patiënt doet beroep op onze bereidheid te willen afwijken van gestandaardiseerde behandelschema’s.
  5. Dat we het idee van mono-causaliteit van ziekte moeten loslaten. Ook al kan er tot het verschijnen van de ziekte een vrij duidelijke aanleiding zijn, toch is ziekte is in het algemeen niet het gevolg van één specifieke oorzaak, maar het resultaat van een groot aantal gezondheidsondermijnende factoren op diverse terreinen.
    6.Dat de genezer / arts meer is dan een hoeveelheid wetenschappelijke of technische kennis.

Zelfverantwoordelijkheid en zelfwerkzaamheid t.a.v. de eigen gezondheid
Twee uitgangspunten liggen hieraan ten grondslag:
– Ieder mens heeft in principe zijn eigen leven en zijn eigen gezondheid in handen en draagt er verantwoordelijkheid voor.
– Ieder mens heeft aldus ook in principe zijn eigen genezing in handen en draagt er verantwoordelijkheid voor.

Voor onze therapeutische benadering houdt dit het volgende in.

  1. De patiënt moet de oorzaak van zijn ziek zijn niet zoeken buiten zichzelf, maar binnen zichzelf. De patiënt zelf speelt in zijn genezing de belangrijkste actieve rol.
  2. Het is niet de arts of therapeut die genezing brengt.
  3. Ieder genezing is in principe zelfgenezing. Ieder genezing komt voort uit het eigen zelfgenezend vermogen. Of anders uitgedrukt: de arts kan de genezing ondersteunen, maar het is de natuur zelf die geneest.
  4. De patiënt zelf is bepalend voor het niveau, waarop de genezing wordt aangepakt en voor de snelheid en de diepgang van de genezing.
  5. Eén van de belangrijkste therapeutische opgaven is de patiënt te leren kijken en luisteren naar zichzelf.
  6. Er wordt gestreefd naar een zo groot mogelijke openheid tussen de patiënt en de therapeut.
  7. Het werken aan gezondheid is een continu proces en een continue opgave en is dus niet iets, wat alleen maar bij ziekte speelt.

De zinvolheid van ziekte
Ziekte drukt zich uit in symptomen. Symptomen kunnen zich zowel uiten op het lichamelijke vlak, als op het niet-lichamelijke vlak. Tussen deze bestaat er geen wezenlijk onderscheid. Aldus heeft ziekte altijd een dubbele functie.

  1. Een signaalfunctie.
    Ieder symptoom is een alarmsignaal, een teken, dat ons laat weten, dat er in ons leven iets uit evenwicht of harmonie is. Het is een oproep tot verandering en tot herstel van het normale evenwicht.
  2. Een zelfgenezende of zelfregulerende functie.
    De ziekte zelf is al een bijdrage tot het herstel van het verloren gegane evenwicht. Lichamelijk bijvoorbeeld door allerlei gezondheidsbevorderende uitscheidingen, psychisch door het ontstaan van een ziektegevoel, wat een uitnodiging kan zijn tot rust nemen, introspectie, verandering, enz…

Voor onze therapeutische benadering houdt dit het volgende in:

  1. Iedere zieke of patiënt is ook student.
    De ziekte is immers een uitnodiging om te kijken naar de diepere oorzaken van het ziek zijn.
  2. Alle technieken die symptoom onderdrukkend zijn worden in principe vermeden. De symptomen zijn immers niet de ziekte zelf, maar de uitingen van het ziek zijn. Bovendien wijzen de symptomen ons de weg naar genezing. Door de symptomen weg te nemen verdwijnt dus ook de weg naar genezing.
  3. Een acute ziekte verwijst naar een acute toestand (van onevenwicht) en vraagt dus ook om een acute benadering. Een chronische ziekte verwijst naar een chronische toestand en vraagt dus ook om een meer ‘chronische’ benadering.Iedere ziekte is in principe te genezen.Iedere ziekte is een appèl tot actie.Ziekte is een toestand van ‘verminderde gezondheid’.‘Ziekte’ en ‘gezondheid’ zijn geen absolute begrippen en zijn ook geen absolute zijnstoestanden. Het zijn eerder punten op een denkbeeldige theoretische lijn, lopend van 100% gezond tot 100% ziek.

Ziekte’ en ‘gezondheid’ zijn geen absolute begrippen en ook geen absolute zijnstoestanden
Het zijn eerder punten op een denkbeeldige theoretische lijn, lopend van 100% gezond tot 100% ziek.
Voor onze thereutische benadering houdt dat het volgende in.

  1. Zoals ‘gezondheid’ en ‘ziekte’ geen absolute begrippen zijn, zijn ook ‘preventie’ en ‘therapie / behandeling’ geen absolute begrippen. Iedere maatregel die de algemene gezondheidstoestand bevordert, werkt ook genezend in op de specifieke klacht en iedere maatregel, die de specifieke klacht vermindert, verbetert ook de algehele gezondheidstoestand.
  2. Een absolute gezondheid kan nooit bereikt worden. Alhoewel we er vanuit gaan dat de normale staat van zijn die van gezondheid is, behoort ook ziek zijn tot de normale uitingen van het leven.
  3. Niet het (negatieve) bestrijden van ziekte staat centraal, maar het (positieve) versterken van de gezondheidsbevorderende krachten, van harmonie en innerlijke vrede.
  4. Evenals ziekte, hoort ook de dood wezenlijk bij het leven. Niet altijd kan een behandeling afgesloten worden met genezing. Het leven heeft zijn eigen wetten, waar ook de dood deel van uitmaakt. Toch is dood niet noodzakelijk synoniem van ‘mislukking van de behandeling’. Soms kan het confronterende karakter van de naderende dood ook een geestelijke genezing betekenen en het vinden van de lang gezochte innerlijke rust, vrede, verzoening, overgave.

Gezondheidszorg is op de eerste plaats ‘zelfzorg’
Voor onze therapeutische benadering houdt dit het volgende in.

Zelfzorg betekent het volgende:

  1. Het aannemen van een leefwijze, die uit zichzelf bijdraagt tot het in stand houden van een maximale gezondheid en vitaliteit.
  2. Het treffen van gerichte preventieve maatregelen bij dreigende ziektes.
  3. Therapeutische zelfzorg. Het zijn alle methoden en technieken uit de natuurlijke geneeswijzen, die mensen bij allerlei klachten zelf kunnen toepassen om hun eigen ziekte te genezen of hun klachten te verbeteren.

Als we het met zelfzorg niet redden, zoeken we deskundige en professionele hulp. Dit is de tweede trap in de gezondheidszorg en bestaat uit het geheel van mensvriendelijke en holistische geneeswijzen, vaak generaliserend genoemd als ‘alternatieve geneeswijzen’. En mocht ook deze trap te kort schieten dan pas stappen we over naar de derde trap van de gezondheidszorg, de gewone of reguliere gezondheidszorg.